![]() |
![]()
|
![]() |
| Ik ben bij opa en oma. |
![]() Ik ben met de slakken bezig. |
Ik ben bij het lammetje. De kikker zit in de voerbak. |
|
|
![]()
|
![]() |
![]() |
Ik poets kikker zijn tanden. Ik poets zonder tandpasta. Kikker mag niet vies worden. |
Kikker ligt in bed met zijn vriendinnetje. |
|
|
|
![]() |
| Ik rijd over kikker zijn poot. |
![]() |
Papa gaat kikker zijn poot gipsen. Ik doe er eerst roze verband om en daarna het rode verband erop. |
|
|
|
|
![]() Er staat Nanke op het gips. |
Ik zit op de bank met kikker. |
|