Kikker logeert bij Anna         kikker

Kikker hangt een kerstbal in de kerstboom.
 
Heit tilt mij op, de kikker doet de peik in de kerstboom.
 

Kikker en ik zitten in de vrachtauto van heit.
 

Ik ben jarig! We gaan taart eten.
 
Ik heb de kaarsjes uitgeblazen.
 
Dit is bij de kerstmarkt.
 
Ik heb lekkere snoepjes en koekjes gekocht. Daar is de kerstman.
 
We krijgen een kerstmuts van de kerstman.

 

We trekken de arreslee van de kerstman, want de rendieren zijn weg.
 
Dit is de kerststal, daar was de pony van Nanke, een zwart schaap en twee kleine witte schaapjes.